De Interviews

INTERVIEW IN ZIZO ONLINE | Isabelle van Ewijk over haar nieuwe roman Verder

Auteur: Annelies Leysen – 19/05/2014.

Verder, Isabelle van Ewijk, La Vita Publishing, 2014, ISBN 978-90-79556-37-3

Dat Isabelle van Ewijk niet aan haar proefstuk als schrijfster toe is, bewijst ze nog maar eens met haar nieuwe roman ‘Verder’. Daarin wordt het verhaal van Tes verteld, een vrouw die twee jaar na het verlies van haar partner langzaamaan de draad weer moet oppikken. We strijken neer op Isabelles zetel in haar gezellige appartement in hartje Antwerpen. Buiten gonst de stad, binnen heerst een zalige rust. Ideaal voor een gesprek over verlies, vriendschap, breekbaarheid en gevoelens. Maar vooral over leven.

‘Verder’ gaat over “omgaan met verlies, de onverwoestbaarheid van vriendschap en opnieuw durven liefhebben”, lees je op de achterflap. Dat rouwen is echter op een heel sluimerende, subtiele en serene manier aanwezig, terwijl het boek wel degelijk over verlies gaat. Waarom is dat?

Isabelle: “Voor mij gaat het dan ook niet zomaar over rouw, maar vooral over vriendschap en verder gaan, over keuzes maken. Over leven. De achterflap kan een wat donker beeld schetsen omdat daar het woord ‘rouw’ heel duidelijk vermeld wordt. Maar je moet je lezer natuurlijk wel verwittigen, want het is en blijft best een zwaar thema. Je kan niet zomaar onaangekondigd een bommetje droppen.

En toch gaat ‘Verder’ over leven, niet over de dood. Ik wilde geen dramatisch boek schrijven, ik wilde vertellen hoe het hoofdpersonage langzaamaan weer de draad oppikt. Ze heeft er net een intense rouwperiode van twee jaar opzitten, en nu moet ze weer verder, wìl ze ook weer verder. Je opnieuw openstellen, opnieuw verliefd worden, daar gaat ‘Verder’ over.”

Kanker is een erg aanwezig thema in dit boek. Waarom? En van waar komt dat?

Isabelle: “Ik heb altijd geweten dat ik daar iets rond wilde doen. Vroeger had de moeder van een vriendin van mij kanker, en ik weet nog dat ik daar erg van onder de indruk was. Toen zij na een gevecht van twee jaar overleed, wist ik: hier wil ik ooit iets mee doen. Die vrouw is een belangrijke inspiratiebron voor ‘Verder’ geweest. Het heeft misschien lang geduurd eer ik er effectief mee aan de slag ben gegaan, maar ik denk dat dat goed is geweest. Soms moet je wachten tot je een bepaalde afstand hebt kunnen nemen van dingen. Dan ga je alles ook anders bekijken en benaderen.

Vroeger leek kanker ook eerder een zeldzaamheid. Voor mij toch. Maar vandaag kent iedereen in zijn omgeving wel iemand die kanker heeft, heeft gehad, of eraan gestorven is. Het is zoveel dichterbij gekomen, bijna alsof het alomtegenwoordig is. Je kunt er niet meer omheen. Dan moet het ook bespreekbaar zijn, vind ik.”

Je personages zijn op hun eigen manier allemaal heel erg zoekende. Het lijkt alsof ze hun eigen weg nog aan het maken zijn doorheen het verhaal. Waarom is dat?

Isabelle: “Ik vind het heel belangrijk dat mijn personages evolueren. En ze groeien niet alleen zelf naarmate het verhaal vordert, maar ik wil ook dat ze meer diepte krijgen doorheen het boek, door hun interactie met anderen. Ik wil dat elk personage vanuit verschillende kanten en oogpunten wordt belicht.

In veel van die boeken die in de jaren 80 door The Naiad Press werden uitgegeven, zaten van die echte flat characters. Vreselijk vind ik dat. Op pagina een krijg je te lezen hoe de personages eruit zien, wat ze met hun leven doen, en dat is dat. Of ze zijn stoer, of ze zijn iets anders, maar daar blijft het bij. En ze blijven het hele boek lang hetzelfde. Ik wil dat mijn personages uit verschillende laagjes bestaan, dat ze een mooie evolutie maken doorheen het boek. Niet alleen omdat ze zelf aan het zoeken zijn, maar ook nog eens omdat ze op verschillende manieren belicht worden.”

Opdat je je als lezer makkelijker zou kunnen identificeren?

Isabelle: “Ik vind het vooral belangrijk dat de lezer zelf een beeld kan vormen van het personage, op de manier dat hij of zij dat wil. Ik probeer daarom een beeld te scheppen, maar toch genoeg ruimte open te laten voor eigen invulling. Ik denk dat iedereen zich wel in bepaalde aspecten van de personages kan herkennen. Zo is Tes, het hoofdpersonage, een heel ontvankelijke vrouw. Ze maakt heel wat mee, maar deinst ook nergens voor terug. Ze neemt alles en iedereen gewoon zoals het komt. Daarom maakt ze wel zoveel mee en leert ze zoveel mensen kennen.

Iedereen ziet dingen ook vanuit zijn eigen point of view en daar speel ik wel op in.

Maar ik wil vooral dat het verhaal mensen iets doet, dat het hen op een bepaalde manier raakt. Zo is er bijvoorbeeld een singer-songwriter uit de omgeving van Nijmegen, Debby Marijnissen, die zich door een passage uit ‘Verder’ liet inspireren om een nieuw nummer te schrijven, ‘Sereen’. Ik had Debby nog nooit ontmoet, en plots is daar gewoon een prachtig nummer over mijn boek. Zoiets is ongelooflijk hartverwarmend.”

Net als in je vorige boek is er hier ook een heel aanwezige afwezige vaderfiguur. Vanwaar komt dat?

Isabelle: “Geen idee eigenlijk. (lacht) Het viel me nu ook op, zowel in ‘Verpand’ (Isabelles debuut, 2012) als ‘Verder’ speelt dat een belangrijke rol. Hoewel het hier toch wel weer anders is, want in ‘Verpand’ blijft de vader afwezig. Hier vond ik het belangrijk dat de vader effectief aanwezig zou zijn. Tes leert haar vader kennen, en ook al botsen ze behoorlijk, er ontstaat ook echt een vader-dochterband tussen hen. En Tes ziet ook dat die band niet altijd even makkelijk is, want het is nu eenmaal niet altijd rozengeur en maneschijn.

Maar die afwezige vader is allerminst autobiografisch, ik heb mijn beide ouders nog en zie hen heel erg graag en vaak. Daaraan kan het dus niet liggen, ik heb geen flauw idee waaraan dan wel.”

Je personages hebben elk een heel uitgewerkte storylijn. Was dat jouw bedoeling?

Isabelle: “Er was gewoon heel veel te vertellen. Het verhaal beslaat ook een periode van bijna drie decennia, dan is het normaal dat er veel gebeurt. Bovendien heb ik gekozen voor personages met sterke karakters en stuk voor stuk een eigen verhaal. Ze zijn op hun eigen manier allemaal even belangrijk voor het verhaal en verdienen het dus ook op hun eigen manier belicht te worden.

Iemand opperde op een moment om alles uit elkaar te trekken en een trilogie te maken, maar dat zag ik eigenlijk niet zitten. Het verhaal heeft nu zo’n lekkere spanningsboog. Als je de verhalen uit elkaar gaat trekken en over meerdere boeken gaat verdelen, ben je die helemaal kwijt en verlies je misschien ook wel de aandacht van je lezer.”

Het boek beslaat een hele lange tijdspanne. Was het moeilijk om zo’n lange periode op papier neer te kunnen schrijven?

Isabelle: “Het was voor mij heel belangrijk om ook Marijn, Tes’ overleden partner, aan het woord te laten komen. Mensen moesten kunnen voelen wat voor een sterk karakter die vrouw had. Ik heb ervoor gekozen om dat in de vorm van haar ‘memoires’ te doen. Ik kon niet zomaar met een dagboek werken, omdat ik in Marijns fragmenten ook dialogen wilde verwerken. Zo konden zij en de overige personages uit die memoires een actievere rol in het verhaal spelen.

Bovendien ben ik voor ‘Verder’ vertrokken uit een verhaal dat ik al heel lang had liggen. Niet evident, vertrekken vanuit dat oude werk. De kern van dat verhaal heb ik bewaard, maar de omkadering heb ik overboord gezwierd. Dat wil zeggen dat er wel een basis was, maar dat er een hele nieuw kader geschreven moest worden. Het is soms makkelijker om gewoon van een wit blad te beginnen. Maar ik wist wat ik wilde, en vooral waar ik naartoe wilde. Het begin en het einde van het verhaal stonden redelijk snel vast, en dat maakt dat het toch allemaal vrij vlot is gegaan.”

Er zit eigenlijk best wat spektakel in het boek. Er gebeurt heel veel op een erg korte tijd, het lijkt soms wel een film.

Isabelle: “Ik hou ervan als er veel gebeurt. Een boek hoeft voor mij ook niet altijd honderd procent realistisch of overdreven zwaar te zijn, zolang het maar diepgang heeft. Zeker als je over gevoelens en relaties schrijft, zoals ik. Het gevoel moet juist zitten.

Ik wil er vooral voor zorgen dat mensen genieten terwijl ze mijn boek lezen, ik wil dat het aangenaam leest, maar het mag niet oppervlakkig worden. Ik wil een ervaring scheppen en ik wil dat je als lezer mee in het verhaal kan stappen. Daar draait het uiteindelijk toch om?”

Het einde van het verhaal is op zijn minst opmerkelijk.

Isabelle: (lacht) “Daar is best wel wat om te doen geweest. Ik wilde per se een open einde. En dat moest een pakkend moment worden. Ik wilde geen happily ever after, dat zou afbreuk aan het verhaal hebben gedaan. Dat kon ook onmogelijk, vond ik, na zo’n weg afgelegd te hebben. Er was te veel gebeurd en gezegd. Ik wilde een sterk moment neerzetten dat de nadruk legt op wat nog moet komen Sommige proeflezers waren verrast door de wending van dat einde, maar voor mij kon het niet anders.”

Bekijk je jezelf als ‘lesbisch schrijfster’? Is dat een bewuste keuze geweest die je wil blijven doortrekken? Of komt dat gewoon vanuit je eigen leefwereld?

Isabelle: “Bestaat dat dan, een ‘lesbisch schrijver’? En moet dat dan zijn? Er zitten lesbische personages in mijn boeken en ik schrijf voor een lesbische uitgeverij. Daar voel ik me goed bij. Maar dat wil niet zeggen dat ik enkel voor lesbiennes schrijf. Er wordt trouwens toch ook niet over ‘heteroschrijvers’ gesproken? Je merkt toch nog dat er nog steeds een bepaalde discrepantie tussen hetero en holebi is. Dat vind ik heel jammer, want de thema’s waarover ik schrijf hangen niet noodzakelijk vast aan seksualiteit. Liefde, vriendschap en pijn zijn net heel universeel.”

Werk je al aan een volgend boek?

Isabelle: “Er is inderdaad al volgend werk op komst, maar dat staat nog in de kinderschoentjes, hoor. Het wordt best spannend, want dat moet een soort brug slaan tussen het eerste en het tweede boek. En daarna is het misschien wel tijd voor iets helemaal anders. Wie weet!”

Interview Verder Lesbisch Lezen

Het weer is, net als ik, in de rouw.‘ Zo begint de roman Verder van Isabelle van Ewijk, die in maart 2014 verscheen. Verder vertelt het verhaal van de zachtmoedige Tes wier leven na de dood van haar vriendin in een stroomversnelling terechtkomt. Het is Isabelles tweede roman; in 2012 debuteerde ze met Verpand.

LesbischLezen.nl interviewde Isabelle: “Ik wil gerust een ‘lesbische schrijfster’ zijn.”

Waar gaat Verder over en is het autobiografisch?
“Ik denk dat Verder vooral gaat over mensen. Over hun zwakheden en sterke punten, over vriendschap, liefde, lust, verdriet en overleven. In zekere zin is het ook een familiegeschiedenis, al is die familie klein.
Geen van de personages is autobiografisch. Ik kan niet over mezelf schrijven, ik heb ook nooit echt een dagboek bijgehouden. Ik kijk om me heen, observeer mensen en dat vindt zijn beslag in de fictieve personages. Zij dragen allemaal wel iets in zich van mij, van mensen die ik ken of juist niet ken. Dat is het fijne aan fictie, je roept personages in het leven en laat ze vervolgens een eigen leven leiden. Sterker nog: de personages nemen de verhaallijn zelf in handen. Zo ontstaat bij mij een boek, een smeltkroes van ervaringen en dingen die ik iedereen zou toewensen, of juist niemand.

Over de moeder van de hoofdpersoon kan ik wel iets zeggen: net nadat ik was afgestudeerd, kreeg de moeder van een vriendin de diagnose borstkanker. Dat was in die tijd vrij zeldzaam. Ik herinner me in elk geval dat ik daar enorm van onder de indruk was. Na een ziekbed van twee jaar stierf ze en ik weet nog dat ik toen dacht: daar wil ik ooit over schrijven.
De moeder van Tes lijkt in geen enkel opzicht op de moeder van die studievriendin, maar haar ziekte is wel mijn inspiratiebron geweest voor Verder. Ik heb de aanzet tot het verhaal geschreven in de jaren ’90 en het jaren na dato pas weer opgepakt, lang nadat mijn eigen moeder genezen was verklaard van borstkanker.”

Welke rol speelt rouw in je boek?
“Rouw is belangrijk, maar ik vind niet dat Verder voor het leeuwendeel in het teken van rouw staat. Het boek overspant natuurlijk een lange periode – van 1984 tot 2011 – en daarin kan veel gebeuren. Verlies hoort daarbij, vrees ik. Ook ik heb mensen in mijn omgeving verloren. Maar ik heb vooral veel ziekte om me heen meegemaakt, van vrienden en familie. Mijn beide ouders zijn ernstig ziek geweest en mijn vader was nog redelijk jong toen hem dat overkwam. Ik heb dat heel intens ervaren en ben daardoor totaal anders tegen het leven gaan aankijken. Het heeft onze gezinsband nog hechter gemaakt, dat wel. Maar ik zal er nooit aan wennen. En dat niet-wennen lijkt me universeel. Niemand wil dat een dierbare ziek wordt, niemand wil afscheid nemen, maar je hebt niets te kiezen en je maar te schikken. Dat is ook wat Tes beleeft en op haar manier probeert te verwerken.”

De personages in Verder komen uit de modewereld en de filmwereld, twee heel specifieke werelden die je gedetailleerd beschrijft. Wat heb je er zelf mee? 
“Ik heb ooit gewerkt voor een bedrijf dat startende ondernemers begeleidde. Een van hen was een modeontwerpster die een eigen bedrijf wilde opzetten. Die professionele ervaring leverde jaren later de fictieve Marijn en Judith op: ze zijn klein begonnen met een eigen merk dat mettertijd is uitgegroeid tot goedlopende keten.
De vader van Tes, Ward, is acteur. Ik wilde dat Ward en zijn vrouw Door echte tegenpolen zouden zijn. Door, die een bloemenzaak heeft, is afkerig van uiterlijkheden en vertegenwoordigt eenvoud, Ward is vrij ijdel en houdt van aandacht. Ik vond hun beroepen goed bij die eigenschappen passen. Naarmate het boek vorderde en er meer personages bij kwamen, ontstond er een sterkere link met de filmwereld en ging die een grotere rol spelen. Bovendien vertaal ik voor mijn werk regelmatig scenario’s: het is dus zeker een onderwerp dat me bezighoudt.”

Het viel me op dat er meerdere complexe moeder-dochterrelaties in Verder zitten. Hoe verklaar je dat?
“Ik zou het eerlijk gezegd niet weten. Het begon met Door en Tes en daarna ging het verhaal een eigen leven leiden. Het was geen opzet, het is gewoon zo gegroeid. Enige kinderen moeten me altijd hebben gefascineerd, want ze keren terug in elk boek dat ik schrijf. Net als de altijd afwezige vader. Maar ik ben geen enig kind en mijn ouders wonen bij mij aan de overkant. Allesbehalve autobiografisch dus. Voor mij is het zo dat situaties die je niet uit eigen ervaring kent juist je verbeeldingskracht stimuleren.”

Hoe is het proces van manuscript tot boek bij LaVita verlopen?
“Het was een fijn, rijk en leerzaam proces. Soms was het schrikken, dan weer blij zijn, maar het was vooral iets dat een band heeft gesmeed. Hilda Abbing (de uitgever) en Anja de Crom (de redacteur) geloofden in het verhaal, maar het was aan mij om het te vormen. Ze hebben me veel waardevolle adviezen aangereikt. Zij denken in mogelijkheden, niet in beperkingen, dat heeft me enorm gestimuleerd.”

Zowel Verpand als Verder hebben een lesbisch thema. Wat vind je ervan dat je als lesbische schrijfster bekend staat?
“Eerlijk gezegd heb ik nooit gedacht in termen van lesbische of heteroschrijvers. Er zijn hetero’s die (ook) LHBT-personages opvoeren in hun boeken en andersom. Het is niemands voorrecht. Uiteindelijk gaat het om het verhaal dat een schrijver vertelt, en of het je aanspreekt. Liefde, lijden, dood, verdriet en jaloezie zijn universele thema’s waar niet per se een seksuele voorkeur aan hoeft te kleven. Maar ik besef wel dat het voor lezers soms prettig is om vooraf te weten of een boek een lesbisch thema heeft en in dat geval wil ik gerust een ‘lesbische schrijfster’ zijn.”

Wat lees je zelf graag?
“Ik ben altijd een alleslezer geweest. Mijn ouders zijn gek op boeken en voor mijn boekenlijst op de middelbare school hoefde ik nooit uit te wijken naar de bibliotheek: alle bekende en minder bekende schrijvers stonden in hun boekenkast. We hadden ook boeken van Andreas Burnier in huis. Die heb ik verslonden, maar ik weet niet of ik ze ook altijd even goed heb begrepen. Ik was er misschien wat te jong voor. Ze vormden een mysterie en een intellectuele uitdaging, dat wel.
Een boek dat mijn puberteit heeft bepaald is Geständnis einer Sechzehnjährigen van Robert Pilchowski. Als ik het nu teruglees, heb ik geen idee meer waarom het zo’n diepe indruk op me heeft gemaakt, maar het was een feit. Ik heb het wel tien keer gelezen.
Een van mijn lievelingsboeken blijft Bal Masqué van Elia Barceló. Ik heb het onlangs voor de derde maal gelezen en het boeit me nog steeds enorm.”

Werk je al aan een nieuwe roman?
“Ja, ik werk aan een nieuw boek, en ik kan nu al verklappen dat er meerdere lesbische personages in het verhaal zitten!”

Tekst: Kim Hensbergen

1 2